Persbericht Oorlog in Herinnering

Boek over Tweede Wereldoorlog ’40-’45 in Geesteren verschijnt op 25 april.

Geesteren. Zaterdagmiddag 25 april a.s., presenteert de Stichting Heemkunde Geesteren (SHG)  ten overstaan van genodigden, het boek ‘Oorlog in herinnering’over de Tweede Wereldoorlog 1940-1945 in Geesteren.Bij deze presentatie zullen een aantal Geesternaren die de Tweede Wereldoorlog aan den lijve hebben meegemaakt en waarmee de heemkunde uitvoerig heeft gesproken, aanwezig zijn. Ook een aantal toenmalige oorlogskinderen uit de randstad die tijdens de oorlog bij gezinnen in Geesteren verbleven, hebben toegezegd aanwezig te zijn. Het merendeel van de oorlogskinderen, zo’n 325 in getal, is inmiddels overleden maar een aantal leeft nog.  Hun herinneringen aan het verblijf in Geesteren komen in het boek uitvoerig voor het voetlicht. Er waren oorlogskinderen die in Geesteren naar school gingen. Zij zaten in de klas bij kinderen uit het dorp zèlf. De kans bestaat dat zij elkaar op 25 april a.s., 70 jaar na dato, voor het eerst weer zullen ontmoeten!

 

 

Bijschrift bij foto: Amerikaanse bommenwerpers vliegen in maart 1945 boven Geesteren

 

Namen van oorlogskinderen voor later vastleggen

Het idee om een boek over de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog in Geesteren uit te brengen, ontstond bijna twee jaar geleden toen tijdens een vergadering van de redactie van de Heembode, het jaarboek voor de donateurs, terloops werd gesproken over de Tweede Wereldoorlog. Tijdens die bewuste vergadering werd het idee geopperd om de namen van de oorlogskinderen en van de families waar zij toen verbleven, voor latere generaties vast te leggen. Gaandeweg echter, kwamen steeds meer onderwerpen op tafel over de oorlogsjaren in Geesteren. Evenals de verhalen van de oorlogskinderen, bleken die verhalen meer dan de moeite waard om op papier te zetten.

 

De mensen van de Heemkunde gingen, geholpen door gastschrijvers, aan de slag. Al mag de oorlog dan inmiddels bijna zeventig jaar achter ons liggen, toch is het opmerkelijk hoe de geïnterviewde mensen zich gebeurtenissen uit die tijd nog feilloos wisten te herinneren. Mede hierdoor is ‘Oorlog in herinnering’ een boek van circa 300 pagina’s geworden, omlijst met tal van authentieke foto’s. De rode draad in het boek is de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Geesteren. Daarnaast geeft het ook een mooie inkijk in het alledaagse leven van onze ouders en grootouders toen.

 

Een kleine greep uit de bijna 40 hoofdstukken

 

Daar heb je de Hagenaars.

De familie Lassooy te Noordwijk, vader moeder en zes kinderen, verbleef van januari 1943 tot mei 1945 in Geesteren. Het gezin woonde tijdelijk aan de Dorpsstraat tegenover café Kottink. Eén van de kinderen, dochter Marijke, vertelt uitvoerig over haar belevenissen in Geesteren. Het gezin werd vanaf station Almelo met de koets opgehaald en in Geesteren verwelkomd met de woorden: “Daar heb je de Hagenaars!” Marijke herinnert zich nog veel van die tijd en denkt met weemoed terug aan haar toenmalige Geesterense vriendinnen.

De brute dood van Jan Oude Voshaar

Een gebeurtenis waarover de vroegere generatie nog steeds met afschuw spreekt, is de gewelddadige dood van Jan Oude Voshaar (Vikkerij) van de Delmaweg. Jan werd op vrijdag 15 december 1944 op zeer brute wijze door landwachters dood geschoten. De heemkunde sprak over deze verschrikkelijke gebeurtenis met Riek Lubbers-Oude Voshaar, de zus van Jan én met Johan Geerdink van de Veeneggeweg, die als kind, de moord voor zijn ogen zag gebeuren. Hij was getuige van de laatste tellen van het leven van Jan Oude Voshaar.

 

Memoires van een dorpsjongen.

Van de hand van Louis Kottink zijn de memoires van een dorpsjongen. Louis: “Wat keek ik als kind van vijf op tegen die grote Duitse soldaten met het geweer schuin over de rug, hun ransel, de stalen helm op het hoofd, patroongordel en gasmaskerbus opzij. Ze rustten uit op het plein naast ons café. Na een korte pauze marcheerden ze richting Almelo. Later maakte het niet zo’n indruk meer, hun kleren werden sleets, en moest ik eerder om hen lachen, want ze hadden bijzondere oefeningen. Louis Kottink laat talrijke gebeurtenissen in het dorp de revue passeren.

 

De eenzame strijd van Beernd van 't Wulfke.

Het gaat hem, een klein jaar na de meidagen van 1940, steeds meer beklemmen. Hoewel het leven in Nederland, en zeker in een regio als de zijne, ook onder Duits juk grotendeels zijn gewone gang heeft hernomen, kan de 23-jarige Bernard Krone uit Geesteren zijn ogen niet sluiten voor het onrecht dat, zoals hij het zelf schrijft, 'bepaalde groepen' wordt aangedaan. Als vervolgens in februari 1941 berichten over stakingen in Amsterdam, Haarlem, Zaandam en Hilversum naar Twente doorsijpelen, neemt de boerenzoon uit de Muldershoek voor zichzelf een drastisch besluit. Hij begint zijn eigen strijd tegen de bezetter en gaat het verzet in. Met gevaar voor eigen leven is hij bij tal van verzetsactiviteiten betrokken.

 

 

Bijschrift bij foto: Januari 1945. Een ongekend strenge winter. Links het gezaagde hout van  Bernard Hemmer, rechts de woning van de fam. Reekers, en op de achtergrond v.r.n.l. de werkplaats van Steggink, de slagerij van Hoek en de woonhuizen van Ankoné, Koopmans en de dames Maathuis. Foto hr. Habing.

 

Dankzij giften en financiële ondersteuning van de middenstand en het zakenleven in Geesteren en omliggende plaatsen, ontvangen de huidige donateurs  het boek, in de week na de presentatie,  gratis thuis.  Dit als blijk van waardering en als geste in het kader van 70 jaar bevrijding. 

Heembode 2014

 

28 april 2014: Heemkunde Geesteren presenteert de Heembode 2014.

 

Komende week presenteert de Stichting Heemkunde Geesteren (SHG) de Heembode 2014, het jaarboek voor haar donateurs. De Heembode biedt een grote verscheidenheid aan historische artikelen over het Geesteren van vroeger. Maar liefst 64 pagina’s telt het boek. De Stichting Heemkunde Geesteren neemt u nu in vogelvlucht mee naar een aantal artikelen welke zijn omlijst met tal van foto’s uit de oude doos en prachtige illustraties.

 

Kousenfabriek L. ten Cate

Maar liefst zes pagina’s zijn gewijd aan kousenfabriek L. ten Cate. Nadat de heer L. ten Cate in 1948 op de Delmar in Geesteren een villa had laten bouwen, ontspon zich bij hem het idee dat Geesteren een prima plek zou zijn voor de vestiging van een nylonkousen fabriek. Hij zag dat er in Geesteren een groot potentieel aan arbeidskrachten voorhanden was.

De oprichting van deze kousenfabriek heeft heel wat voeten in de aarde gehad, in plaats van in kousen, voordat Louis ten Cate de opdracht kon geven om met de bouw van de kousenfabriek te beginnen. Het artikel wordt omlijst met foto’s van een aantal Geesternaren welke vroeger bij ten Cate werkten.

 

De Knoefbakker

Een ander hoofdstuk gaat over de historie van de “Knoefbakker”.G. Arke en zijn zus E. Arke bouwden eerder omstreeks 1880 een huis aan de viersprong Geesteren – Vasse en Tubbergen – Hardenberg en brachten de bijnaam Knoef mee van tapper Arke – Knoef uit Tubbergen. De latere eigenaar Benerink kwam van West-Geesteren en diens opvolger Boswerger kwam uit de buurt en was van de Loarboer. Aangezien er ook brood werd gebakken ontstond de tot op heden bekende naam de “Knoefbakker”.

 

De Waterstaatskerk

De nieuwe driebeukige kerk met een middenbeuk en zijbeuken was een zogenaamde Waterstaatskerk met 573 zitplaatsen. De kerk had een breed zadeldak waarop een achtkantig torentje stond met daarin 2 klokken die respectievelijk in 1717 en 1796 waren gegoten. De kerk werd gebouwd op de hoek Dorpsstraat/Langeveenseweg waar nu schoenenzaak Elferink is gevestigd.

De kerk kreeg een gevelsteen met het inschrift: "UNI TRINOQUE CELSI COELI TERRAE QUE DOMINO" (De Ene en Drievuldige Heer van de Hoge Hemel en van de aarde gewijd).

 

Meester Johan Siemerink

Begin 1966 stond er een advertentie in de Twentse Courant waarin een onderwijzer werd gevraagd voor de jongensschool in Geesteren (O.). Johan Siemerink werd benoemd. Nu bijna vijftig jaren later heeft hij zijn herinneringen aan de toenmalige jongensschool met de redactie van de Heembode gedeeld. Het waren acht prachtige jaren in Geesteren.

 

Foto van 1969.

v.l.n.r. staand: Gerard Klein Swormink (kapelaan in Geesteren), Ans Sekhuis, Gerrit Kreuwel, Annette Braakhuis, Gerard Hoitink (kapelaan in Albergen), Johan Siemerink, Harrie Heer.

v.l.n.r. zittend:Ria Heerdink, Henk Hoefnagels, Gerrit Alberink, Siny Oude Avenhuis, Hariët Derksen, Fien Hemmer.

 

De geschiedenis van de Kampboer

De familie Kamphuis, of beter gezegd de Kampboer, was bij vrijwel iedereen bekend. Het was een oud boerenerf waarop meerdere achtereenvolgende generaties “Kampboer” hebben gewoond. In de volksmond leefde en werkte de Kampboer ouderwets. Men kan echter evenzo goed zeggen, dat de Kampboer erg vooruitstrevend was voor zijn tijd. De geschiedenis van Erve Kampboer dat eeuwenlang in handen was van een arbeidzame boerenfamilie wordt in de Heembode uitvoerig voor het voetlicht gebracht.

 

de Wèijersvrouwleu

Anna en Sien Waaijer, wie in Geesteren kende ze vroeger niet? Toentertijd beter bekend als Hantje en Sientje, de Wèijersvrouwleu, die samen met hun broer Gèrrat, zestig jaar lang de jongens- en meisjesschool, de kleuterschool, de kerk én de pastorie schoonmaakten. Drie mensen die hun leven in dienst hebben gesteld van de gemeenschap Geesteren.

 

Erve Bergman (Schröder)

In 1498 duikt de naam Berchman (Bergman) op en in 1602 is er enige onduidelijkheid over hoe groot de boerderij nu precies is. Vanaf 1855 tot aan heden is de naam “Schröder” verbonden met het erve Bergman aan de Denekamperweg. Oorspronkelijk komt de familie Schröder uit het Duitse Telgte (bij Osnabrück).

 

De Imkerij

Van de hand van gastschrijver Harrie Heer is er een zeer interessant artikel over de imkerij met een hoofdrol voor wijlen Hein Kienhuis. Zijn bijenstal stond achter de molen. Hein kon goed met bijen om gaan, want handschoenen of bijenkap zag je hem zelden dragen. Hein wist te vertellen dat er bijna elk jaar een bijenzwerm in de kerktoren van Geesteren zat. Verder werd er in Twente als huwelijksgeschenk een bruidskorf aan het jonge paar gegeven. De symboliek er achter was, dat het pas getrouwde stel een voorbeeld kon nemen aan het nijvere bijenvolk.

 

Hein Kienhuis met een zgn. Dathepijp

 

 

 

 

 

Ervaringen van een stadsjongen

 

Ervaringen van een stadsjongen tijdens de hongerwinter 1944-‘45 in Twente.

 

 

Op de afbeelding staan de hoofdroutes van de hongertochten die door westerlingen in 1944-‘45 zijn afgelegd.

Uit: ‘De Bosatlas van de geschiedenis van Nederland’.

 

In september 1944 legde het personeel van de Nederlandse Spoorwegen het werk neer en ging vervolgens in staking. Als gevolg hiervan stagneerde de voedselvoorziening in het westen van ons land met als gevolg voedselgebrek. Enkele bakkers bakten nog brood dat tegen inlevering van bonnen verkocht werd, ook waren er gaarkeukens bij ons in Utrecht. De Hongerwinter 1944-’45 was geboren. Om toch aan voedsel te komen, gingen veel mensen de boer op. In eerste instantie dichtbij huis, waarbij allerhande spullen werden geruild voor etenswaren. Echter men moest steeds verder van huis voor voedsel zelfs tot aan Friesland toe. De vervoersmiddelen waren zeer verschillend; bakfietsen, kinderwagens en kruiwagens. Voor fietsen met houten banden of fietsen met een autoped-wiel als voorrad hadden de Duitsers weinig tot geen belangstelling. Gewone fietsen werden echter bij de vleet ingevorderd. Nederlanders die later naar Duitsland op vakantie gingen, zeiden vaak schertsend: “Ik ga mijn fiets weer ophalen”. Er waren in de periode 1944-’45 ook de nodige organisaties en instellingen die kinderen probeerden onder te brengen bij particulieren en dan voornamelijk achter de IJssel. Mensen met familie in de wat meer landelijke gebieden deden veel moeite om hun kinderen juist daar onder te brengen. Het was daar over het algemeen veiliger en er was voldoende te eten. In onze parochie St.Gertrudis in de stad Utrecht hadden wij kapelaan Koopmans, afkomstig uit Tubbergen. Hij zorgde ervoor dat verscheidene groepen kinderen uit zijn parochie in de gemeente Tubbergen geplaatst werden, waaronder twee van mijn zusjes, Luud en Trees. Zij kwamen terecht bij Haarhuis (de Haarboer) huisnummer B 146.

Het I.K.O. (Inter Kerkelijk Overleg) organiseerde transporten naar steden en dorpen achter de IJssel. Voordat de kinderen die aangemeld waren voor een transport, geaccepteerd werden, werden ze gecontroleerd op een koortslip en hoofdluis, in het laatste geval had je de keus, of kaal mee, of thuis blijven. Zo vertrok op 1 maart 1945 een transport uit Utrecht, waar ik, Piet Reinhard, samen met mijn zusje Annie Reinhard, deel van uit maakte. Onze oorspronkelijke bestemming Steenwijk werd in Zwolle gewijzigd voor Twente. Tijdens onze “reis” werd gegeten bij particulieren, waar we ook vaak sliepen. In Harderwijk hebben we gegeten bij de California fabriek en in Heino hebben we gezamenlijk gegeten bij de nonnen, waarna we ondergebracht werden bij particulieren. Spannende momenten waren de Engelse jagers die hoog overvlogen. De leiding gaf dan opdracht om te verspreiden. We zijn nooit beschoten, maar iets anders waren de V-1’s die met veel lawaai overvlogen toen we op weg waren van Heino naar Goor. In Goor hebben we gezamenlijk in een wasserij gegeten en hebben daar ook de nacht doorgebracht. Zo kwamen wij na zeven dagen, merendeels lopend en soms zittend op een boerenwagen aan in Geesteren. Een ‘ontvangstcomité’ bepaalde aan de hand van lijsten bij welke families de kinderen ondergebracht konden worden. Bij de familie Hemmer op huisnummer E 208 (nu Poolsweg 12) konden nog een zusje en broertje geplaatst worden. Daar aangekomen bleek er echter al een meisje (Ineke Loog uit Schiedam) te zijn dat kennelijk niet was geregistreerd. Een meisje erbij was geen probleem maar de jongen kon niet blijven. Bij de buren, de familie ter Wee, huisnummer E 204 (nu Delmaweg 8) was -hoewel er niet op was gerekend- nog wel een plaatsje vrij. Een kermisbed was zo gemaakt. De eerstkomende tijd was mijn thuis de “Vrede Hoeve” en bestond mijn nieuwe familie uit opa en oma ter Wee, hun ongetrouwde zoon Gerrit en hun zoon Jan met zijn vrouw Feem en hun zoontje Gerrit.

Qua gezinsgrootte nogal een verschil met het gezin in Utrecht, waaruit ik kwam en welke was samengesteld uit vader en moeder en 8 kinderen in de leeftijd van 2 tot 16 jaar, mijn zes zusjes en broertje.

 

 

"Vrede Hoeve"


Het was voor mij wel wennen in mijn nieuwe omgeving maar al met al ging dat toch heel vlot. De dag na mijn aankomst, ging ik al met Jan ter Wee naar klompenmaker Nieuwmeijer (de Lop) die aan de Vriezenveenseweg woonde. Immers op een boerderij loop je op klompen en niet op schoenen. Wat mij verder opviel in huize ter Wee, was dat er meerdere malen op een dag werd gegeten maar dan wel in kleine hoeveelheden. Het waren de momenten dat iedereen aanschoof aan tafel. Het dagelijkse leven speelde zich in die tijd voor een groot deel af in de keuken. De eerste dagen mocht ik evenwel niet alles eten. Wij hadden namelijk een briefje meegekregen waarop te lezen stond wat wij dagelijks mochten eten om maagklachten te voorkomen. Toen wij echter –zittend op boerenwagens- via Almelo naar Geesteren reden, zag één van ons een vrouw met een brood onder haar arm lopen. Dat hadden wij al een poos niet meer gezien! De jongen riep: “ oh, kijk eens… brood!” Binnen de kortste keren kwamen van alle kanten vrouwen met gesmeerde boterhammen naar ons toe die we gretig verorberden. Ondanks de grote hoeveelheid heb ik er naderhand geen enkele last van gehad. Mijn maag was snel gewend aan het nieuwe eetpatroon. Ik mocht telkens aanzitten als er gegeten werd en dat was vaak. Het begon ’s morgens om 9.00 uur met stoet en om 11.00 uur weer een plak stoet. Dan om 12.00 uur warm middageten en vervolgens ’s middags om 14.00 uur melk met een plak stoet gevolgd door opnieuw stoet om 16.00 uur. ‘s Avonds om 18.00 uur werd het overgebleven middageten opgewarmd in de koekenpan waaruit gezamenlijk met de vork werd gegeten.

Natuurlijk moest ik ook nieuwe woorden onder de knie zien te krijgen zoals: Stoet = brood, brood = roggebrood. Roggebrood was niet zomaar een brood. Men had ze in verschillend gewicht zoals de twintigponders. Dat was een groot vierkant brood welke eerst op schoot geplaatst werd en waar vervolgens met een groot mes plakken afgesneden werden. Deze plakken waren zo dun alsof het leek dat ze machinaal gesneden waren. Boks = broek, teller = bord, keren = vegen, tukdook = zakdoek, tuffel = aardappel, hoes = huis. “Zomaar wat woorden die nu spontaan in mij opkomen”.

Wat deden we de hele dag? We waren erg veel op stap, de hort op zogezegd! Wat betreft het meehelpen, kan ik mij slechts herinneren dat ik een middag geholpen heb bij het aardappels poten. Het zou kunnen zijn dat ik Jan ter Wee ook wel eens geholpen heb met eieren uithalen. Hij had toen al een vermeerderingsbedrijf voor kippen. Bij de familie Engelbertink (Poaters Jens) aan de Delmaweg 14, zat een jongen genaamd Gerard Terhaar uit Utrecht. Daar ging ik regelmatig naar toe. Tegenover de boerderij van Poaters Jens lag een bos en daar moesten we natuurlijk in de bomen klimmen. Hierbij past nog de volgende anekdote. Omdat ik als jongen van dertien jaar volop in de groei was, pasten mij de kleren die ik had meegekregen uit Utrecht lang niet allemaal meer. Er werd dus ook spontaan aan mijn garderobe gewerkt. Zo spon opoe schapenwol tot draden. Hiervan werden dan door haar weer kousen gebreid. Tja, en als je dan als jongen, gekleed in een nieuw jasje, in een boom gaat klimmen dan is de kans op averij natuurlijk groot. Zo moest ik op zekere dag –met de staart tussen de benen- naar huis vanwege een grote winkelhaak in mijn jas.

Mijn zusje Annie was in diezelfde tijd bij Hemmers Gait. Hemmer was zelf door de Duitsers opgepakt en verbleef in concentratiekamp Dachau in Duitsland. Op de boerderij van Hemmers Gait was daarom een boerenknecht aan het werk onder de naam Hemmers Hendrik terwijl zijn werkelijke naam Hendrik Hamberg was. Met hem ging ik wel eens mee om het akkerland om te ploegen. Af en toe mocht ik ook de ploeg vasthouden en tegen het paard roepen: ‘’Loop!”, dat was me nog eens een ervaring. Op onze ontdekkingstochten bovenop zolder waar we als kinderen vaak speelden, trokken we onze kousen uit. Dit omdat van het koren kleine stukjes in de kousen terecht kwamen. Dat gaf een vervelend, jeukend gevoel. Op de boerderij stond ook een hakselmachine. Wat is er dan leuker en spannender om te kijken of de machine werkte. Dus de stoute schoenen aangetrokken en er stro in gedaan. Helaas kwamen er ineens zomaar blauwe lapjes uit. Het bleek één van mijn kousen te zijn die per ongeluk met het stro in de hakselmachine terecht was gekomen. Op één kous maar weer terug naar ter Wee.

Twee van mijn zusjes waren al een tijdje bij de Haarboer. Wij hadden daar weet van omdat, voordat wij met ons kindertransport uit Utrecht vertrokken, er thuis bericht was gekomen, dat hun reis naar Twente voorspoedig was verlopen en dat ze bij de Haarboer in Tubbergen waren ondergebracht. Eén van mijn eerste zondagen in Geesteren ben ik dan ook met Jan ter Wee naar Tubbergen gefietst om mijn zusjes te bezoeken. Voortaan wisten we nu zelf de weg naar de Haarboer. In Geesteren ben ik 14 jaar geworden.

 

 

distributie kaart Piet Reinhard

 

Van de bevrijding weet ik me nog te herinneren dat wij ’s morgens de Duitse bezetters in de Weitemanslanden zagen lopen. ’s Middags arriveerden de Engelsen in Geesteren. Tegenover de kerk was een driehoekig veldje waar binnen de kortste keren allerlei kleinvee rond liep. Dit kleinvee werd met de Engelsen geruild voor sigaretten. De Almeloseweg was aan beide bermkanten volgestouwd met munitiekisten. Op 23 juni zijn we met Engelse legerambulances naar Utrecht gebracht.

Heel dankbaar kijk ik terug op deze periode in mijn leven. Voor mij als kind was het een soort van vakantie, weliswaar met een verschrikkelijke aanleiding. Je ouders verlaten, omdat er honger was thuis, was niet zo moeilijk, je ging naar een plaats waar je voldoende kon eten bovendien ging ik samen met een zusje. Ik was dus niet helemaal zonder familie. Contact met thuis was tijdens de oorlog niet mogelijk en van heimwee was totaal geen sprake.

En toen was het voorbij? Nee zeker niet! Bij tijd en wijle ging ik terug naar Geesteren. Na verloop van tijd zelfs met grote regelmaat omdat mijn vrouw Nanda Scheel gedurende dezelfde periode in de tweede wereldoorlog in het dorp Tilligte verbleef. Nanda en ik hadden een gemeenschappelijk reisdoel, namelijk Twente. De uitnodiging “Goat hen en komt wier”, hebben we graag en vaak in de praktijk gebracht.

 

 

v.l.n.r.:Nanda Scheel, Feem ter Wee en Piet Reinhard.

 

 

achterste rij v.l.n.r.:  Gerard Terhaar uit Utrecht bij de familie Engelbertink (Poaters Jens) Delmaweg 14.

                                  Annie Reinhard uit Utrecht bij de familie Hemmer (Hemmers Gait en San) Poolsweg 12.

                                  Ineke Loog uit Schiedam bij de familie Hemmer (Hemmers Gait en San) Poolsweg 12.

                                  Piet Reinhard uit Utrecht bij de familie ter Wee Delmaweg 8.

voorste rij v.l.n.r.:  Gerrit ter Wee zoon van Jan en Feem ter Wee Delmaweg 8.

                                 Marietje Hemmer dochter van Gait en San Hemmer Poolsweg 12.

 

Heembode 2013

Heembode 2013 online

 

De heembode 2014 is gereed en wordt begin mei verspreid onder de donateurs.

Om ook andere Heemkunde liefhebbers tegemoet te komen is de heembode van 2013 daarom nu ook online beschikbaar.

 

 

Wilt u ook de volgende jaargangen inzien, word dan vaste donateur van onze stichting. Naast de Heembode krijgt u voor het luttele bedrag van  € 7,50 tevens twee gratis toegangskaarten voor de presentatieavond in november.

 

Maar minstens zo belangrijk is dat u ons steunt in onze activeiten. 

 

 

 

 

Eerste exemplaar Heembode Geesteren voor Dokter Martens.

 

Geesteren.  Paul Sand, voorzitter van de Stichting Heemkunde Geesteren (SHG), overhandigde dinsdagavond 7 mei  j.l. het eerste exemplaar van de Heembode 2013 aan dokter Henk Martens. Dit gebeurde in Woonzorgcentrum De Aanleg. Na de aanwezigen welkom te hebben geheten, ging Sand in op de vele positieve reacties na het verschijnen van de eerste uitgave van de Heembode in 2012. Die reacties én de toestroom van een groot aantal nieuwe donateurs, hebben geleid tot het besluit van de SHG om jaarlijks gratis een blad uit te brengen voor haar donateurs.

 

Bedenker van eerstelijnszorg én wonen onder één dak.

Hierna ging Sand uitvoerig  in op de redenen waarom de Heemkundegroep ervoor heeft gekozen om het eerste exemplaar uit te reiken aan Martens. Paul Sand: “U bent, na eerst in Harbrinkhoek en Tubbergen werkzaam te zijn geweest, in 1990 met een eigen huisartsenpraktijk in Geesteren begonnen. U was en bent  in Geesteren veel meer dan huisarts alleen. Zo werd u meteen al voorzitter van dorpshuis Erve Kampboer en u was ook vrijwel direct betrokken bij de EHBO-afdeling. Verder bent  u, naast de talrijke functies die u in in de gezondheidszorg vervult, ook zeer actief in het verenigingsleven in Geesteren.

U was clubarts van voetbalvereniging STEVO, voorzitter van volleybalvereniging Tornado en thans bent u voorzitter van STEVO. Uw belangrijkste wapenfeit is, in onze ogen, uw idee tot realisatie van wat nu woonzorgcentrum De Aanleg is. Eerstelijnszorg en wonen onder één dak, een vrij unieke combinatie voor een relatief klein dorp als Geesteren. Al deze feiten tezamen zijn voor ons dan ook reden geweest om u vanavond, hier in De Aanleg, het 1e exemplaar van de Heembode 2013 te overhandigen.”

 

Dia-presentatie 100 jaar Geesteren.

Alvorens over te gaan tot de overhandiging en officiële  presentatie van de Heembode 2013  werd de aanwezigen d.m.v. een dia-presentatie een fraai beeld geschetst van de ontwikkeling van de omgeving waar nu het woonzorgcentrum is verrezen. Prachtige oude foto’s van de toenmalige huizen, winkels en hun bewoners gaven een beeld van meer dan een eeuw Geesteren in beweging. De al wat oudere generatie zal zich vast nog wel veldwachter Loohuis herinneren of Kreuwels Jans of Graats Jan. Zij woonden toen in de onmiddelijke nabijheid of zelfs op de plek waar thans het woonzorgcentrum gevestigd is.

 

“Ik had het niet beter kunnen treffen”.

Vervolgens brak het officiële moment van de avond aan en overhandigde voorzitter Paul Sand, in het bijzijn van vrijwel de voltallige Heemkundegroep Geesteren, het eerste exemplaar van de Heembode 2013 aan Henk Martens.

Martens toonde zich in zijn dankwoord zeer dankbaar dat hem dit jaar de eer te beurt viel het eerste exemplaar overhandigd te krijgen. Martens: “Ik had het niet beter kunnen treffen dan in dit dorp. Van meet af aan voelde ik mij in Geesteren mens onder de mensen. Met het verstrijken van de jaren werd bij mij het idee van eerstelijnszorg en wonen onder één dak ‘voor ons mensen hier’ steeds sterker. Ik ben er trots op de bedenker te zijn. Dankbaar ben ik hen die mij geholpen hebben het idee verder te ontwikkelen én de mensen die het uiteindelijk in de praktijk ten uitvoer hebben gebracht.”

Met de overhandiging van een fraai boeket bloemen aan Martens’ echtgenote Anneke, kwam er een einde aan het officiële gedeelte van de avond  en bleven de aanwezigen nog een poos gezellig bijeen.

Het spreekt voor zich dat hierbij tal van zaken op het gebied van de heemkunde in Geesteren ter sprake kwamen.

 

 

Paul Sand overhandigt Dokter Martens de Heembode 2013.

 

Heembode 2012

 

In het voorjaar van 2012 heeft de SHG, na een lange periode van voorbereiding, het initatief opgepakt om een periodiek te laten verschijnen: Heembode Geesteren

In dit boekwerkje ,waarvan het de bedoeling is dat dit jaarljks zal worden uitgebracht, worden een aantal aansprekende onderwerpen behandeld.

Een aantal onderwerpen in deze 1e uitgaven zullen een vervolg krijgen in de volgende uitgave, andere onderwerpen zijn eenmalig.

Om de gemeenschap kennis te laten maken met de Heembode is dit jaar het boekje huis aan huis bezorgd binnen Geesteren.

De reacties waren zeer positief en inmiddels wordt er al weer gewerkt aan de volgende uitgave die, naar verwachting, medio 2013 zal uitkomen.

 

Onderstaand de eerste uitgave.

 

Door op het document te klikken wordt het geopend en kunt u het volledig doorbladeren.

 

Wilt u ook de volgende jaargangen inzien, word dan vaste donateur van onze stichting. Naast de Heembode krijgt u voor het luttele bedrag van  € 7,50 tevens twee gratis toegangskaarten voor de presentatieavond in november.

 

Maar minstens zo belangrijk is dat u ons steunt in onze activeiten. 

 

 

 

Onderstaand het artikel dat in Op en Rond de Essen werd gepubiceerd naar aanleiding van de uitreiking van de eerste Heembode Geesteren.